Jan Bloem publiceert regelmatig artikelen over allerlei onderwerpen op gebied van gevechtskunsten. Hij heeft een breed en divers lezerspubliek bij allerlei mensen uit de Nederlandse martial arts wereld. Zijn publicaties, ook op LinkedIn, resulteren in veel positieve response. Jan is al jaren nauw betrokken bij de KBN opleiding en levert ons op regelmatige basis prikkelende stukken aan waarvoor wij dankbaar zijn. 
Is karate een effectieve zelfverdedigingsmethode?
Inleiding
In 1986 gaf ik, op verzoek van een lokale scholengemeenschap, mijn allereerste cursus zelfverdediging. Regelmatig denk ik daaraan terug. Ondanks dat ik toen met de beste bedoelingen les gaf, moet ik met de kennis van nu eerlijk zeggen: het was niet goed.
In 2001 kreeg ik vanuit het project Krachten Bundelen de opdracht een opleiding te ontwikkelen tot docent zelfverdediging en weerbaarheid – bedoeld als bijscholing voor vechtsportleraren uit diverse disciplines zoals karate, ju-jutsu, aikido, taekwondo, kickboksen enzovoort. Tijdens de inventarisatie viel me iets op: veel van hun ideeën over zelfverdediging waren praktisch een kopie van wat ik zelf in 1986 deed.
Nu, meer dan twintig jaar later, zie ik nog steeds dat karate als zelfverdediging vaak gereduceerd wordt tot fysiek reageren. Alsof zelfverdediging begint bij de trap of stoot. Maar dat is een misvatting. Zelfverdediging gaat óók – en misschien wel vooral – over waarneming, interpretatie en besluitvorming. Dit artikel wil een bijdrage leveren aan dat bredere perspectief.
________________________________________
De OODA-loop: beslissen onder druk
Een veelgehoord argument voor de effectiviteit van karate is: “Mijn leraar kon écht knokken, ook op straat.” Dat klopt. Velen van die generatie waren al doorgewinterde vechters vóórdat ze karate gingen trainen. Maar daarmee is niet gezegd dat karate als systeem automatisch leidt tot effectieve zelfverdediging.
Dat brengt ons bij de OODA-loop, ontwikkeld door de Amerikaanse gevechtspiloot en militair strateeg John Boyd, en diepgaand beschreven door Frans Osinga in Science, Strategy and War (2006). De OODA-loop bestaat uit vier fasen:
- Observe (Waarnemen): het registreren van signalen, gedragingen, sfeer en intentie.
- Orient (Oriënteren): het interpreteren van wat je ziet – beïnvloed door ervaring, intuïtie, context.
- Decide (Beslissen): het kiezen van een handelingsoptie – fysiek, verbaal of strategisch.
- Act (Handelen): het uitvoeren van de gekozen handeling.
De kracht van het model zit in het inzicht dat besluitvorming cyclisch is: je observeert, oriënteert, handelt, en begint opnieuw. Wie deze cyclus sneller en slimmer doorloopt dan de ander, heeft een strategisch voordeel.
Fysieke techniek hoort bij het eind van de cyclus – het is het resultaat, niet het begin. Als karate zich alleen op technieken richt, blijft een groot deel van effectieve zelfverdediging onbenut.
________________________________________
De impact van stress op waarneming en interpretatie
In potentieel gevaarlijke situaties is het vaak niet de techniek die faalt, maar de waarneming en interpretatie van de situatie. Mensen kunnen een situatie alleen beoordelen op basis van wat zij op dat moment ervaren – en in stressvolle situaties is die ervaring vaak vertekend.
Veiligheid is dan ook geen zwart-witgegeven, maar een dynamisch samenspel tussen risicofactoren en protectieve factoren. Objectieve veiligheid betekent: weinig risicofactoren, veel beschermende maatregelen. Maar mensen ervaren veiligheid subjectief – en psychologische factoren spelen daar een grote rol in, zoals:
- verlies van controle,
- onvoorspelbaarheid,
- toenemende dreiging.
In zulke gevallen treedt een Survival Stress Reaction (SSR) op: een automatische activering van het autonome zenuwstelsel. De hogere cognitieve functies raken beperkt, en mensen handelen reflexmatig – vaak zonder bewuste controle over hun gedrag. Joseph LeDoux beschrijft dit in zijn twee-routemodel: in veilige situaties gebruiken we de “indirecte route” (rationeel denken), maar in stress schakelen we vaak over op de “snelle route” – instinctief, maar minder accuraat.
Onder invloed van stress verandert letterlijk hoe we de wereld waarnemen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensen met hoogtevrees een balkon als hoger inschatten dan het werkelijk is – niet vanwege de hoogte zelf, maar vanwege het mogelijke gevaar. Datzelfde geldt voor dreiging in zelfverdediging: angst maakt dat we situaties als gevaarlijker beoordelen dan ze objectief zijn.
Nieuw onderzoek van onder andere Niewenhuys laat zien dat politieagenten in stresssituaties vaker hun wapen trekken én afvuren. Niet omdat de dreiging feitelijk groter is, maar omdat die zo wordt beleefd. De waarneming wordt verstoord – en dus ook het oordeel.
________________________________________
Besluitvorming onder druk: de Wet van Hick
Daarbovenop komt nog een ander belangrijk principe: de Wet van Hick-Hyman. Die stelt dat onze reactietijd toeneemt met het aantal keuzes dat we moeten maken. Meer opties = meer tijd nodig om te beslissen. Maar onder tijdsdruk lijkt het omgekeerde te gebeuren: hoe minder tijd we ervaren, hoe minder opties we kunnen overzien.
Stel je een karateka voor die op straat wordt geconfronteerd met een dreiging. In zijn hoofd heeft hij allerlei opties: praten, weglopen, stoten, trappen, werpen… Maar onder druk verdwijnt die rijkdom aan keuzes vaak en blijft er één impulsieve reactie over. Dat is niet zozeer onkunde, maar een voorspelbare reactie op stress en tijdsdruk.
________________________________________
Wat betekent dit voor de lespraktijk?
Als we dit alles serieus nemen, dan kunnen we niet volstaan met alleen het trainen van technieken. We moeten ons als leraren realiseren dat we onze leerlingen tekortdoen als we ons beperken tot het ‘act’-gedeelte van de OODA-loop.
De kwaliteit van observatie en interpretatie bepaalt het succes van zelfverdediging. Niet wie het snelst slaat, maar wie het snelst ziet wat er aan de hand is. Of zoals ik vaak zeg: je hoeft niet sneller te zijn, maar eerder.
________________________________________
Hoe train je waarneming en interpretatie?
Gelukkig zijn deze mentale vaardigheden prima te trainen. Enkele voorbeelden:
- Situational awareness-drills: wie is er in de ruimte, wat verandert er, wie oogt gespannen?
- Non-verbale communicatie lezen: oefeningen met lichaamstaal, intentieherkenning, micro-expressies.
- Contextuele scenario’s: bedreiging of misverstand? Laat cursisten kiezen, handelen en reflecteren.
- Ambiguïteit en tijdsdruk simuleren: zodat leerlingen leren omgaan met stress en onzekerheid.
Door dit regelmatig in de les te integreren, ontwikkelt een karateka niet alleen fysiek zelfvertrouwen, maar ook mentale wendbaarheid, sneller beoordelingsvermogen en een dieper inzicht in sociale dynamiek – eigenschappen die in echte situaties vaak belangrijker zijn dan spierkracht of techniek.
________________________________________
Afsluiting
Ik besef dat ik met dit artikel misschien gevoelige snaren raak of heilige huisjes omver duw. Dat is niet mijn bedoeling. Wat ik wél wil, is bijdragen aan de collectieve verantwoordelijkheid die we als leraren hebben: het verzorgen van veilig, verantwoord en waardevol karateonderwijs.
Onze leerlingen vertrouwen ons. Dat vertrouwen vraagt om voortdurende reflectie en ontwikkeling. Ik hoop dat dit artikel daaraan bijdraagt.