Jan Bloem schrijft weer een interessante column voor de Taiko. Het onderwerp van deze column: De Tactische Driehoek.
In mijn vorige artikelen heb ik erg de nadruk gelegd op concepten die bijdragen aan het thema “More with less”.
En ja ik weet, dit wordt niet door iedereen even goed begrepen. Niet zelden leidt dit onbegrip of zelfs tot een ridiculisering van hetgeen ik naar voren probeer te brengen. En dat is niet zo gek. Decennia lang heerste er in het karate een dogma, die vergelijkbaar is hetgeen ‘influencers’ (ik noem ze liever: terpentijn pissende roeptoeters), roepen via sociale media met stoere taal, (te) strakke t-shirts of zelfs ontbloot bovenlijf. Je moet hard trainen! Geen excuses! Dat je hoger, sneller en verder moet. Dat je grenzen moet verleggen, zich schijnbaar niet realiserend dat na een grens ook een afgrond kan volgen. En als je dat niet doet, ben je in feite een ‘loser’. Ja, we leven in een tijd waarin het hebben van een ‘six pack’ en vijf minuten op je handen kunnen staan, schijnbaar belangrijker lijkt, dan daadwerkelijk gezond en duurzaam bewegen.
Je hoeft het niet van mij aan te nemen, maar het wordt steeds duidelijker, dat die harde, bijna militaristische wijze van trainen, slechts geschikt is voor een specifieke (en dus beperkte) periode in je leven. Het is een mogelijk een erg slechte vertaling van de wijze waarop militairen worden getraind. Maar voor alle duidelijkheid: Militairen zijn doorgaans jong en moeten in hoog tempo klaar worden gestoomd. En dat doe je niet tot je pensioen. Dat breekt aantoonbaar je lichaam. Dus waarom dan wel in karate? Juist als de KBN in wil zetten op een ‘leven lang karate’ waarin ook een plek is voor senioren, moet hier echt meer over worden nagedacht. Gelukkig zijn er meer en meer leraren, die wél lijken te begrijpen, dat er meer verfijnd getraind moet worden. Dat geldt voor alle leeftijdsgroepen, maar zeker voor senioren. Wat overigens niet wil zeggen, dat senioren niet ‘hard’ kunnen trainen.
Maar goed terug naar de kern. “More with less”. Het is echt mogelijk. En daarom denk ik dat het goed is om dit thema ietwat praktischer te benaderen. En dat is precies wat ik in dit artikel wil gaan doen. Ik ga dit overigens doen in een vierluik. Dit artikel vormt de introductie. Daarna volgen drie artikelen waarin een zowel theoretische als praktische verdieping zal maken.
Een stukje context
Eerst een stukje achtergrond. In 2001 werkte ik als beleidsadviseur “Opleidingen” voor het project “Krachten Bundelen”. Later werd dit “Tijd voor vechtsport”. Ik legde daar de basis voor zogenaamde ‘pedagogificering’ van de vechtsporten in Nederland. Een basis waar gelukkig zeer vele trainers, leraren en therapeuten later op hebben voortgeborduurd.
Onderdeel hiervan waren de ‘Martial Arts Gatherings’. Dit waren kleinschalige vechtsportgala’s op gemeentelijk niveau. Doel was enerzijds de lokale vechtsportaanbieders een podium te geven. Anderzijds was één van de randvoorwaarden dat de lokale verenigingen gingen samenwerken en duidelijk maakten aan het publiek welke maatschappelijke meerwaarde de beoefening van vechtsport en martiale bewegingskunsten kon hebben.
Hier ontmoette ik de Rus Maxim Pipotia. Hij toonde zijn ‘Russian Combat’. Ik was gefascineerd. Een totaal andere benadering van martiaal bewegen! Hij bleek les te geven in zijn systeem bij de legendarische Boersma’s in Amersfoort. Het toeval wilde dat ik iedere maandagochtend in Arnhem de dag startte met een paar uurtjes op de mat met de eveneens legendarische Douwe (OESH) Boersma. Douwe bleek al in Rusland te zijn geweest om met de leraar van Pipotia (generaal Retunskih) te trainen. Douwe zorgde vervolgens voor mijn eerste introductie in wat later ‘Systema’ werd genoemd. En de rest is geschiedenis. Ik was verkocht en mijn fascinatie had vooral betrekking op een totaal andere wijze van tactisch bewegen en de manier waarop dit werd onderwezen en getraind. En juist hier deed ik een inzicht op, die mogelijk ook interessant is voor karateka en leraren in het kader van “More with less”.
De drie componenten van de Tactische Driehoek
Het concept waar ik op doel is wat ik noem de ‘Tactische Driehoek’ (zie figuur 1)

Zoals je kunt zien, bestaat de Tactische Driehoek uit drie factoren: Beweging, Structuur en Afstand. Feitelijk gezien is er ook nog een vierde, waarover later iets meer. Dit concept stelt, dat je een fysieke confrontatie (een gevecht) op drie niveau’s kunt aanvliegen: Op het niveau van beweging, op het niveau van structuur en op het niveau van afstand.
Beweging
Je kunt dus een gevecht aangaan op het niveau van beweging. Dit betekent dat jij jou aanvallende en verdedigende vaardigheden inzet om de aanvallende en verdedigende vaardigheden van jouw ‘tegenstander’ te neutraliseren. Op dit niveau hebben ook de motorische grondeigenschappen zoals kracht en uithoudingsvermogen invloed. Hetzelfde geldt voor je gewicht. Met andere woorden, is jouw tegenstander technisch-tactisch beter, meer ervaren, is hij/zij conditioneel beter op orde en is de tegenstander (veel) zwaarder, dan is de kans groot dat jij op het niveau van beweging weinig kans maakt.
Het is mijn opvatting, dat veel vechtsporters op dit niveau blijven hangen en dus uiteindelijk naar krachttraining gaan grijpen om het ervaren tekort te compenseren. En dat is dus logisch, als je niet kijkt naar de andere twee factoren.
Structuur
Iedere karate-techniek heeft een ideaal lanceerplatform nodig. Een juiste lichaamshouding, een juiste structuur van waaruit je jouw techniek lanceert en de tegenkracht zo goed mogelijk opvangt. ‘Aanvallend’ is het vervolgens zaak om de structuur van je tegenstander te verstoren. Met andere woorden, wanneer je er voor zorgt dat jouw tegenstander geen optimale structuur heeft, dan is deze niet of minder in staat zelf optimaal technieken te lanceren c.q. kracht te gebruiken. Dit tactische concept staat in Budo bekend als ‘kuzushi’. Spoiler: Een deel van Seiryoku Zenyo zit ‘m dus in het optimaliseren van je eigen structuur en het verstoren van de structuur van je tegen-stander 😉!
Afstand
Iedere karatetechniek heeft ook een optimale afstand nodig om effectief te kunnen zijn. Als mijn tegenstander een technisch perfecte gyaku tsuki uitvoert, maar op een afstand van ruim twee meter van mij blijft staan ‘tsuki-en’, zal de technisch perfecte tsuki op mij weinig invloed hebben. Wanneer iemand tegen mij aanstaat en een mawashi jodan wilt maken om mijn hoofd te raken, maar totaal niet de mobiliteit daar voor heef? Geen probleem, lekker doen, want de kans op slagen is nihil. Voor deze techniek moet mijn tegenstander dan iets meer afstand nemen. Dan lukt het wellicht wel. Snap je? Iedere techniek heeft een ideale afstand. Deze afstand wordt door vele factoren bepaald, zoals de techniek zelf. Maar natuurlijk bijvoorbeeld ook de lengte en lenigheid van mijn tegenstander. Met andere woorden, het is zaak om de voor jou ideale afstand te realiseren en dit voor jouw tegenstander onmogelijk te maken, terwijl je je bewust blijft van een soort ‘common ground’. Dit wil zeggen, er zal ongetwijfeld een afstand zijn die jullie als ideaal delen.
Intentie, de vierde factor
Zoals ik al eerder opmerkte, er is een vierde factor. En dat is intentie. Als jij niet de intentie, niet het voornemen, hebt om een beweging uit te voeren, dan gebeurt er niets. Tactisch gezien is het hebben van de bereidheid om handelingen uit te voeren met als doel de tegenstander te neutraliseren (wat dit dan ook betekent) erg belangrijk. Anderzijds is het natuurlijk tactisch ook erg sterk, wanneer je jouw tegenstander kunt demotiveren (de intentie ontnemen) om jou aan te vallen.
Bewegen is slechts basis
Wat je je goed moet realiseren, is dat volgens de in dit artikel beschreven manier van denken en doen, beweging ‘slechts’ als basis geldt. Hoe complex je de bewegingen ook maakt, het is slechts de basis. Het denken in termen van (ver) gevorderde technieken, is in mijn opvatting dan ook onzin en de verdeling van wat dan basis of gevorderde technieken arbitrair. Juist wanneer je je wilt ontwikkelen in het thema ‘seiryoku zenyo’ , dan is het zeker van belang om je bewegingsarsenaal te blijven ontwikkelen, maar vooral dus ook bezig gaat met concepten als structuur, afstand en intentie.
Afsluitend
Dit artikel was ter introductie. In de volgende artikelen zal ik steeds een van de factoren als thema nemen en zowel theoretisch als praktisch voor jullie uitwerken.
Alle columns van Jan
Lees hieronder de eerdere colums van Jan Bloem!