Om de vele karateka te bedienen die meer met breedtesport bezig zijn dan met (wedstrijd-) topsport heeft de KBN er eind vorig jaar al voor gekozen om vaker aandacht te besteden aan boeken over karatedo die de moeite van het lezen méér dan waard zijn. En daar kwamen al wat mooie reacties op. Helemaal nieuw is dat niet want in recente jaren was er ook al aandacht voor mooie publicaties uit eigen land, namelijk van Andre ter Veer (‘Karate in Nederland’, 2017) en (wijlen) Jan Kallenbach (‘The Essence of Taikiken’, 2021).
Nu is het zaak dit terrein de aandacht te blijven geven die het verdient. Maar hoe? Na waardevolle bijdragen van Nederlandse auteurs als Robert Vernooy (‘Van de Weg naar de Straat – Krijgskunst als Levenskunst’) en Pablo Lamberti (‘Strijdvaardig Leven’) in 2023, beiden bij BOOM uitgevers, is het zaak nu door te zetten met meer soortgelijke verhalen en artikelen. De keuze is reuze!
Echter, daar is hulp bij nodig van jullie, de lezer(s). Iedere bijdrage is welkom. Heb je wat te melden, een boek-tip of iets dergelijks: laat maar weten. Je mag natuurlijk ook reageren op eerdere inzendingen of geschreven stukken. Want meningen verschillen en dat is prima. Hieronder een startschot voor mogelijk een nieuwe ‘Taiko-boekenrubriek’.
Definities en discussie: waar hebben wij het over?
Allereerst bestaat er al decennia, wereldwijd, een levendige discussie over of een gevechtskunst nu echt ‘kunst’ is. Want gevecht en kunst lijken tegenstrijdig. Een algemene theorie is dat als je een activiteit (maakt niet uit welke) op een zodanig gedetailleerd en uiteindelijk hoog niveau beoefent, het in feite een ‘kunst’ wordt. Kunst heeft veel met beleving te maken, zeker niet alleen met de fysieke uitvoering. De psyche speelt dus ook een heel belangrijke rol.
Binnen die discussie bestaat weer een volgende discussie (er zijn ‘lagen van discussie en meningen’) over of de krijgskunst zoals wij die tegenwoordig beoefenen nu sport, zelfverdediging of meer een gymnastische -al dan niet met esoterische grondslag- bewegingsvorm is. En dan zijn er de grijze gebieden, de overlap, die van alles wat mee pakken. Alles kan en mag naar mijn mening. Het ligt er maar net aan hoe jezelf jouw passie benaderd, zowel persoonlijk en/of als leraar. Iedereen heeft zijn persoonlijke voorkeur en kan dat zonder problemen toepassen in de eigen beleving van de betreffende -hier karatedo- krijgskunst. Immers, de beleving van een krijgskunst is iets héél persoonlijks.
Om verwarring naar je naasten en eventueel leerlingen te voorkomen, denk ik dat je als budo -of specifieker karateleraar- wel heel duidelijk moet zijn naar je leerlingen hoe jij er in staat. Op een wat hoger, zeg maar persoonlijk filosofisch niveau, maar zelfs per les, is er voor een verschillende benadering te kiezen. Vandaag drillen wij kumite, volgende week lopen wij alleen kata, de week erna de bunkai van die kata en weer een week later lassen wij tijd in voor meer aandacht voor de dojo kun, moraal, (zen-) meditatie en karate rituelen (‘rei’). Als je maar duidelijk bent en weet waar je over praat.
‘Bunbu Ichi’: ‘pen en zwaard’ zijn gelijk, is een belangrijk principe in de Budo leer. En deze wijsheid bestond niet alleen in het Oosten, ook Grieken en Romeinen kenden soortgelijke principes.
Steeds meer publicaties
De laatste decennia ziet men wereldwijd over de hele linie een toenemend aantal publicaties en boeken over ‘martial arts’: generieke werken maar ook op detail nivo. Variërend van stijlbeschrijvingen, foto-boeken (‘hoe leer ik een kata in 100 plaatjes’), auto-biografische boeken van grootmeesters zelf, filosofische werken tot en met wetenschappelijke publicaties. Die laatste kunnen verschillen van vrij zwak opgezette ‘onderzoeken’ tot en met zeer uitvoerige en onderbouwde werken over welk thema dan ook binnen een gevechtskunst.
Die kunnen gaan over de gevechtskunst pur sang maar tegenwoordig zijn er ook veel publicaties over aanverwante zaken, zoals toegepaste sportleer, een filosofische benadering, een historische kijk op zaken en bijvoorbeeld een sociaal culturele context. En dat kunnen soms ook behoorlijk kritische artikelen zijn die zelfs je eigen fundamentele ideeën over jouw gevechtskunst hard raken. Maar wij kunnen toch tegen een stootje? En nooit te oud om te leren.
Donn F. Draeger
De ene karateka leest meer dan de andere. Dat geeft niet, wij zijn niet allemaal gelijk in hoe diep je wilt gaan of in je beschikbare tijdsbesteding. Karatedo wordt op een gegeven moment een zeer persoonlijk iets; dat heeft ook te maken met de persoonlijke ontwikkeling die wij (zeggen te) zoeken. Maar een beetje aanvullende kennis maakt je in mijn optiek wel een betere karateka.
Dus pak eens een boek, voor mijn part online, en verken wat achtergronden. Een serie boeken over Budo die ik nog altijd tot de allerbeste vind behoren, zijn van Donn F. Draeger, een Amerikaans Marine Corps officier die lang, in detail en met heel veel kennis van zaken onderzoek deed naar allerlei traditionele budo disciplines.
- Classical Bujutsu – volume one
- Classical Budo – volume two
- Modern Bujutsu & Budo – volume three
Het academisch terrein waar hij zich mee bezig hield heet tegenwoordig ‘Hoplologie’ al is het nooit echt een zelfstandige academische wetenschap geworden. Hoplologie wordt nog altijd eerder gezien als een onderzoeksdeel van sociale geografie en antropologie.
Evolutie
Draeger was fervent tegenstander, en waarschuwt ook in zijn boeken, van de uitholling van de traditionele, Japanse gevechtskunsten. De Westerse ‘rollercoaster-ride’ naar accent op sportkarate verfoeide hij. Er zijn nog steeds budoka die dat doen. Deels terecht, maar ook deels zonder te beseffen dat ook zij aan deze ‘verwestering’ deelnemen. Alleen al door het feit dat ze zelf Westers zijn met alle ingeslopen en van jongs af aan ontwikkelde (westerse) mores en gewoontes. Hier in Nederland, simpel gesteld; wij zijn ‘botte Hollanders’ en geen Samurai. En dat worden wij ook nooit!
Westerlingen, en alle andere culturen buiten Japan, nemen per definitie bij de transitie van een bepaald thema uit een andere cultuur (hier de Japanse Budo cultuur) aspecten op uit de eigen cultuur in de nieuw verkregen inzichten. Dat feit raakt aan zowel antropologie, filosofie als sociale geografie. Dit is ook evolutie: die is niet altijd goed, maar ook niet altijd slecht. Er ontstaat iets nieuws, waarbij oude waarden nog altijd goed ingebouwd zouden kunnen worden. Food for thought
Curt Haagedoorn